|
<Back
| Home | Basics |
Departments | Get
Involved | Site Map | What's
New

Note: After reading this article, please
also read Vitamin A, Vitamin D and Cod
Liver Oil: Some Clarifications
Het vitamine D mirakel
Door Krispin Sullivan, CN
Nederlandse vertaling door Rob Hundscheidt
Een in april 2000 gepubliceerde klinische observatie in
de Archieves of Internal
Medicine trok mijn aandacht. Dr. Anu Prabhala en zijn collega's rapporteerden
over de behandeling van vijf patiënten die in de rolstoel door
het leven moesten
en leden aan enorme zwakheid en vermoeidheid. Bloedtesten wezen uit
dat
allen aan een zwaar vitamine D gebrek leden. De patiënten kregen
50.000 I.U
vitamine D per week en werden binnen 6 weken weer mobiel. (1)
Dr. Prabahla's onderzoek wakkerde mijn interesse aan en
leidde tot een
zoektocht aan informatie over vitamine D, hoe deze werkte, hoeveel er
van dat
we echt nodig hebben en hoe we het verkrijgen.
Het volgende is een klein gedeelte van de belangrijke informatie
wat ik er over
gevonden heb.
Enigerlei discussie over vitamine D moet beginnen met de
ontdekkingen van de
in Canada geboren tandarts Weston A. Price. In zijn meesterwerk Nutrition
and
Psychical Degeneration, noteert Dr. Price dat een dieet van geïsoleerde,
zogenaamde "primitieve mensen" minstens "tien maal "
zo veel de hoeveelheid
"vetoplosbare vitamines" bevatte als dan het standaard Amerikaans
Dieet van
tegenwoordig (2). Dr. Price stelde vast dat het de aanwezigheid van
een
overvloed aan vetoplosbare vitamines is, samen met calcium, phosfor
en andere
mineralen, die weldaden bewees van hoge weerstand en immuniteit tegen
tandverval en weerstand tegen ziekte in niet-geïndustrialiseerde
bevolkingen.
Tegenwoordig is er een Canadese onderzoeker, Dr. Reinhold
Vieth, die
overtuigend argumenteert dat de vitamine D aanbevelingen volkomen
inadequaat zijn. De aanbevolen dosis van 200 – 400 IU (Internationale
Eenheden) zou Engelse Ziekte bij kinderen voorkomen maar zou niet kort
het
optimum benaderen wat nodig is voor een optimale gezondheid (3). Volgens
Dr. Vieth zou de minimale dagelijkse behoefte aan vitamine D uit alle
bronnen
eerder in het bereik van de 4000 IU moeten liggen, dan de 200-400 die
algemeen aangeraden werd, oftwel tien maal de Aanbevolen Dagelijkse
Dosis
(RDA). Dr. Vieth's onderzoek komt perfect overeen met Dr. Price's observaties
van 60 jaar geleden!
Vitamine D uit zonlicht
Neem eens een populair boek over vitamines en je zult lezen
dat 10 minuten
dagelijkse blootstelling van armen en benen aan het zonlicht ons zal
voorzien
van alle vitamine D die we nodig hebben. Mensen vormen inderdaad vitamine
D
uit cholesterol door de werking van zonlicht op de huid maar het is
in de praktijk
zeer moeilijk om zelfs maar een minimale hoeveelheid vitamine D te verkrijgen
uit zulk een kort verblijf in het zonlicht.
Ultraviolet licht wordt verdeeld in 3 golflengtes, welke
gerefereerd worden als
UV - C, UV - B, en UV - A (6).
De UV-C is de meest energetische en kortste van de UV-golven.
Deze zou de
huid al vlug verbranden in extreem kleine dosissen. Gelukkig wordt deze
compleet geabsorbeerd door de ozonlaag. Het is echter zo dat UV-C aanwezig
is
in bepaalde lichtsoorten. Voor deze reden kunnen fluoriserend licht
en
halogeenlampen en andere speciale lichten bijdragen tot huidkanker.
De UV-A die bekend staat als de "bruinings-straal"
is hoofdzakelijk
verantwoordelijk voor het verdonkeren van het pigment in de huid. De
meeste
bruiningslampen hebben een hoge UV-A straling, met maar een klein
percentage UV-B.
UV-A is minder energetisch dan UV-B, dus blootstelling aan
UV-A zal niet
resulteren in verbranden, of het zou al zo moeten zijn dat de huid fotogevoelig
is of dat er excessieve dosissen worden gebruikt. UV-A dringt dieper
in de huid
door dan UV-B, vanwege de langere golflengte er van. Tot onlangs werd
de UVA
niet afgeschermd door zonneschermen. Het wordt nu gezien als de meest
bijdragende factor voor het veelvuldig voorkomen van non-meloma huidkankers
(7). 78% Van de UV-A doordringt het glas, dus kunnen ruiten er geen
bescherming tegen geven.
De ultraviolette golflengte die ons lichaam stimuleert om vitamine D
te
produceren is UV-B. Deze wordt soms de "verbrandingsstraal"
genoemd omdat
deze de eerste oorzaak is van zonnebrand of roodheid van de huid. UV-B
leidt
echter gezondheidsbevorderende processen in, het stimuleert de productie
van
vitamine D die het lichaam gebruikt bij vele belangrijke processen.
Ondanks dat
UV-B zonnebrand veroorzaakt, veroorzaakt het ook de vorming van speciale
huidcellen die melanocyten genoemd worden om melanine te produceren,
wat
beschermt. UV-B stimuleert ook de productie van het Melanocyte Stimulating
Hormone (MSH), een belangrijk hormoon voor gewichtsverlies en
energieproductie (8).
De reden waarom het moeilijk is om voldoende vitamine D
via het zonlicht te
verkrijgen is dat terwijl UV-A de hele dag aanwezig is, de aanwezigheid
van de
hoeveelheid UV-B te maken heeft met de hoek waarin de zonnestralen de
aarde
bereiken. Dus, UV-B is gedurende de middaguren aanwezig op hogere
geografische breedtes, en alleen met betekenisvolle intensiteit in subtropische
of tropische geografische breedtes. Maar 5% van het UV-B licht gaat
door het
glas en het gaat niet door de wolken heen of door smog, of mist.
Blootstelling aan de zon in hogere geografische breedtes
vóór 10 uur s'morgens
en na 14.00 s'middags zal verbrandingen door UV-A veroorzaken voordat
het
zou kunnen voorzien in adequate vitamine D uit de UV-B. Deze ontdekking
kan
je verbazen, zoals het ook de onderzoekers verbaasde. Het betekent dat
zonnebaden moet gebeuren tussen de uren waarover ons werd verteld dat
we
deze moeten vermijden. Alleen het zonnebaden tussen 10 uur s'morgens
en
14.00 s'middags gedurende de zomermaanden (of wintermaanden in zuidelijke
regionen) en dat voor de tijd van 20 – 120 minuten, afhankelijk
van het type
huid en kleur, zal adequate vitamine D vormen voordat er verbrandingen
optreden.
Het duurt ongeveer 24 uur totdat door UV-B gestimuleerde
vitamine D als
maximumwaarde in het bloed aangetroffen wordt.
Cholesterolhoudende lichaamsoliën zijn cruciaal in
dit absorptieproces (10).
Omdat het lichaam 30 – 60 minuten er voor nodig heeft om deze
vitamine D
bevattende oliën te absorberen, is het het beste om het douchen
of baden tot
na een uur na het zonnebaden te verschuiven. De huidolie waarin vitamine
D
gevormd wordt, kan ook verwijderd worden door het chloor in zwembaden.
De momenteel aangegeven blootstelling van handen, gezicht
en armen voor de
tijd van 10-20 minuten, drie maal per week, voorziet nauwelijks in 200
– 400 IU
vitamine D per keer, of een gemiddelde van 100 – 200 IU per dag
gedurende de
zomermaanden. Teneinde optimale waardes vitamine D te verkrijgen, is
het
nodig om 85% van het lichaam aan de eerste middagzon bloot te stellen.
(Ongeveer 200 – 400 IU vitamine D wordt gevormd voor iedere 5%
van het
lichaamsoppervlakte dat aan de zon blootgesteld wordt, we willen 4000
IU).
Mensen met een lichte huid hebben 10 – 20 minuten nodig terwijl
donkere
mensen 90 – 120 minuten nodig hebben (11).
De breedtegraad en hoogte van de zon geven de intensiteit
van het UV- licht
aan. De UV-B is sterker op hogere standen. Breedtegraden die hoger liggen
dan
30 graden (beide, Noord en Zuid) hebben 2 – 6 maanden per jaar
onvoldoende
UV-B zonlicht, zelfs ook tijdens de middaguren (12). Breedtegraden die
hoger
liggen dan 40 graden hebben 6 – 8 maanden per jaar onvoldoende
zonlicht om
optimale waardes vitamine D te behalen.
In het grootste gedeelte van de VS wat tussen de 30 en de
40ste breedtegraad
ligt, is elk jaar gedurende 6 maanden of langer onvoldoende UV-B zonlicht
om
optimale vitamine D waardes te produceren. In verre noordelijke of zuidelijke
locaties, breedtegraden van 45 graden en hoger, is zelfs de zomerzon
te zwak
om in optimale waardes vitamine D te voorzien (13-15). Er is een simpele
meter verkrijgbaar om de UV-B waardes in je leefomgeving te bepalen.
Vitamine D uit het voedsel
Wat het onderzoek van vitamine D ons vertelt is dat je al
een boer, een
strandwachter of zonnebader moet zijn, en anders is het zeer onwaarschijnlijk
dat je voldoende vitamine D binnenkrijgt via de zon. Het verschil moet
dan via
het voedsel binnenkomen. Zogenaamde primitieve mensen kiezen instinctief
vitamine-D rijke voedselsoorten inclusief de ingewanden, organisch vlees,
huid
en vet van bepaalde landdieren, zoals ook schaaldieren, oliehoudende
vis en
insecten. Vele van deze voedselsoorten zijn echter onacceptabel voor
de
moderne smaak van tegenwoordig.
Vissen maken vitamine D uit de voortrap van vitamine D die
in het alg
gevonden wordt. Bij de hogere zoogdieren wordt vitamine D gemaakt uit
de
voortrap uit korstmos en groen gras. Rendiervet bijvoorbeeld, is een
goede bron
aan vitamine D omdat rendieren zich voeden met korstmos (16). Vitamine
D
wordt gevonden in botervet van herkauwers die zich met groen gras voeden,
en
bij varkens die in het zonlicht verblijven (varkens lijken op mensen
omdat zij
het zonlicht naar vitamine D omzetten). Eieren zullen vitamine D bevatten
als
de kippen dit via insecten of vismeel binnengekregen hebben. Zalm moet
zich
met alg kunnen voeden teneinde vitamine D in hun vet te kunnen opslaan,
dus,
de moderne gekweekte zalm zijn een arme bron aan deze essentiële
voedingsstof.
De moderne diëten voorzien gewoonlijk niet in adequate
hoeveelheden vitamine
D2 (17) vanwege de trend van weinig vethoudend voedsel en omdat we niet
langer vitamine D-rijk voedsel eten zoals vis, orgaanvlees en varkensvet.
Voedsel bronnen van vitamine D
De USDA zette in de 1980er jaren de lijst van de volgende
voedselsoorten op
die rijk aan vitamine D zijn. De hoeveelheden die worden aangegeven
zijn in
100 gram. Deze tabel demonstreert de moeilijkheid om dagelijks 4000
IU
vitamine D via het Standaard Amerikaans Dieet uit het voedsel te halen.
Er zouden al drie porties haring, oesters, zeewolf, makreel
of sardientjes plus
enorme hoeveelheden boter, eieren, wolvet, varkensvet of spek met daar
bij 2
theelepels levertraan (500 IU per theelepel) nodig zijn die 4000 IU
vitamine D
opleveren – inderdaad een overdadig dieet!
| |
Levertraan |
10,000 |
| |
Varkensvet |
2,800 |
| |
Atlantische haring (gepekeld) |
680 |
| |
Oosterse oesters (gestoomd) |
642 |
| |
Zeewolf (gestoomd) |
500 |
| |
Sardientjes zonder huid (In water verpakt) |
480 |
| |
Makreel (ingeblikt / uitglekt) |
450 |
| |
Gerookte zalm |
320 |
| |
Steur |
232 |
| |
Garnaal (ingeblikt/uitgelekt) |
172 |
| |
Eidooier (vers) |
148 |
| |
(1 eidooier bevat 24 IU) |
|
| |
Boter |
56 |
| |
Lams lever (gesmoord) |
20 |
| |
Biefstuk |
19 |
| |
Varkenslever (gesmoord) |
12 |
| |
Rundlever (gebakken) |
12 |
| |
Rundpens (rauw) |
12 |
| |
Rundnieren (gesudderd) |
12 |
| |
Kippenlever (gesudderd) |
12 |
| |
Small Clams (gestoomd) |
8 |
| |
Blauwe krab (gestoomd) |
4 |
| |
Rivierkreeft |
4 |
| |
Noordelijke zeekreeft (gestoomd ) |
4 |
Vitamine D mirakels
Zonlicht en vitamine D zijn essentieel voor iedere levensvorm.
De regulaire
boeken en geschriften beweren dat de principiële functie van vitamine
D het
bevorderen van de calcium-absorptie is in de darm en de calcium transfer
over
de celmembranen, zo bijdragend tot sterke botten en een kalm en opgewekt
zenuwsysteem. Het wordt ook goed herkend dat vitamine D helpt in de
absorptie van magnesium, ijzer en zink, zoals ook calcium.
In feite is het zo dat de vitamine D zelf geen gezonde botten
laat ontstaan.
Vitamine D controleert de waardes van het calcium in het bloed. Als
er niet
genoeg calcium in het dieet is, dan zal die uit de botten worden genomen.
Hoge
waardes vitamine D (uit het dieet of uit het zonlicht) zullen feitelijk
de botten
demineraliseren als er niet genoeg calcium aanwezig is.
Vitamine D vergroot ook de opname van toxische metalen zoals
lood, cadmium,
aluminium en strontium als calcium, magnesium en phosfor niet in adequate
hoeveelheden aanwezig zijn (18) Vitamine D supplementatie mag nooit
aangeraden worden als de calcium in de voeding niet voldoende is als
tegelijkertijd gesupplementeerd wordt.
Receptors voor vitamine D worden gevonden in de meeste cellen
in het lichaam
en onderzoek gedurende de 1980er jaren suggereert dat vitamine D bijdraagt
aan een gezond immuunsysteem, dat het de spierkracht bevordert, het
volwassenwordingsproces regelt en bijdraagt tot de hormoonproductie.
Gedurende de laatste tien jaar hebben de onderzoekers een aantal bijzondere
ontdekkingen gedaan over de vitamine D. Ze hebben bijvoorbeeld verklaard
dat
vitamine D een antioxidant is wat effectiever is dan vitamine E in het
reduceren
van vet-peroxidatie en het verhogen van de enzymen die beschermen tegen
oxidatie (19-20).
Vitamine D gebrek vermindert de biosynthese en afscheiding
van de insuline
(21). Glucose intolerantie werd onomkeerbaar geassocieerd met de concentratie
van vitamine D in het bloed. Dus, vitamine D kan beschermen tegen beide
diabetesvormen, Type I en Type II (22).
Het risico van seniele cataract wordt gereduceerd bij personen
met optimale
waardes vitamine D en carotenoïden (23)
PCOS (Poly Cystisch Ovarium Syndrome) werd gecorrigeerd
door de
supplementatie van vitamine D en calcium (24)
Vitamine D speelt een rol in de regulatie van beide, het
"infectieus
immuunsysteem" en het "ontstekings immuunsysteem" (25)
Gebrek aan vitamine D2 wordt in verband gebracht met verschillende
autoimmuunziektes waar onder Multiple Sclerose, Sjogren's Syndrome,
reumatische artritis, en de Ziekte van Chrohn. (26 – 27)
Osteoporose wordt sterk in verband gebracht met te weinig
vitamine D.
Vrouwen in de post-menopauze vrouwen met osteoporose beantwoorden goed
en vlug aan hogere waardes vitamine D plus calcium en magnesium (28).
Vitamine D gebrek werd abusievelijk aangezien voor fibromyalgie,
chronisch
vermoeidheidssyndroom of perifere neuropathie (1; 28 – 30).
Onvruchtbaarheid wordt geassocieerd met weinig vitamine
D (31). Vitamine D
ondersteunt de productie van oestrogeen bij mannen en vrouwen (32)
PMS werd compleet omgekeerd door de toevoeging van calcium magnesium
en
vitamine D (33) Menstruele migraine wordt in verband gebracht met weinig
vitamine D en calcium (81)
Borst, prostaat, huid en darmkanker hebben een sterke verbinding
met lage
waardes aan D en gebrek aan zonlicht.
Geactiveerde vitamine D in de adrenale klieren regelen de
tyrosine hydroxilase,
de waarde die de enzymen begrenst die nodig zijn voor de productie van
dopamine, epinephrine en norepiphrine. Weinig vitamine D kan bijdragen
tot
chronische vermoeidheid en depressies (39).
Seizoensdepressie-stoornis werd succesvol behandeld met
vitamine D. In een
recent onderzoek met behandeling met overeenkomstige vitamine D
supplementatie wat 30 dagen in beslag nam, met een andere groep in het
gebruik van 2 uur per dag van lichtkamers, werd depressie compleet opgelost
in
de D-groep maar niet in de lichtkamer-groep.
Veel stress kan de behoefte aan vitamine D of UV-B zonlicht en calcium
verhogen (41).
Bij mensen met Parkinson en Alzheimer werden veelvuldig
lagere waardes aan
vitamine D vastgesteld (42 –43).
Lage waardes aan Vitamine D en waarschijnlijk ook calcium
bij een zwangere
moeder en later ook bij het kind, kan de bijdragende factor zijn voor
"slechte en
scheve tanden""en myopia. Als deze toestanden gevonden worden
over
meerdere generaties, betekent dit dat de genetica hoger waardes van
een van
beide voedingsstoffen voor optimale gezondheid verlangen (44 –
47).
Gedragsstoornissen en leerstoornissen beantwoorden goed
aan vitamine D en/of
calcium gecombineerd met een adequaat dieet en sporenelementen ( 48
– 49)
Vitamine D en hartziekte
Onderzoek suggereert dat lage waardes aan vitamine D de
oorzaak van het Xsyndroom met geassocieerde hypertensie, zwaarlijvigheid,
diabetes en
hartziekte kunnen zijn of veroorzaken (50). Vitamine D reguleert de
aan
vitamine D bindende proteïnes en sommige aan calcium bindende proteïnes
welke verantwoordelijk zijn voor het transporteren van de calcium naar
de
"juiste locaties" en het beschermen van de cellen voor beschadiging
door vrije
calcium (51). Aldus, hoge dietische waardes aan calcium, als vitamine
D
onvoldoende aanwezig is kan bijdragen tot verkalking van de bloedvaten,
gewrichten, nieren, en zelfs de hersenen (52 – 54).
Vele onderzoekers gaan er van uit dat vitamine D-gebrek
leidt tot afzetting van
calcium in de bloedvaten en dat vandaar de arteriosclerose ontstaat,
noterende
dat de noordelijke landen hogere waardes aan cardiovasculaire ziektes
hebben
en dat er meer hartaanvallen in de wintermaanden optreden (55- 56).
Schotse onderzoekers bevonden dat de calcium waardes in
het haar
onomkeerbaar overeenkwamen met arteriële calcium – hoe meer
calcium of
plaque in de bloedvaten, hoe minder calcium in het haar. 95% Van de
mannen
die een myocardial hartinfarct hadden, hadden te weinig calcium in het
haar. Als
er vitamine D werd verstrekt, verhoogde zich de calcium in de baard
en deze
stijging ging zo lang verder als dat er vitamine D werd geconsumeerd.
Echter
bijna onmiddellijk na het stoppen van de supplementatie, viel het calcium
van
de baard terug naar de waardes van de periode van voor het supplementeren
(27).
De verstrekking van dietische vitamine D of UV-B behandeling
werkte zich uit
als lagere bloeddruk, herstel van de insuline gevoeligheid en lagere
cholesterol
(58 – 60 ).
De strijd met het vele eten
Heb je je er ook wel eens over verwonderd dat sommige mensen
alles kunnen
eten wat ze maar willen zonder maar een beetje dik te kunnen worden?
En dat
terwijl anderen constant er mee bezig zijn om met de pondjes te vechten?
Het
antwoord kan liggen in de vitamine D- en calcium-status. Zonlicht, UV-B
en
vitamine D normaliseert de inname van voedsel en normaliseert de bloedsuiker.
Gewichtsnormalisatie wordt geassocieerd met een hogere waarde van vitamine
D en adequate calcium (61). Overgewicht wordt geassocieerd met vitamine
D
gebrek (62 – 64), in feite hebben zwaarlijvige personen een verslechterde
productie van door UV-B gestimuleerde vitamine D en verslechterde absorptie
uit voedselbronnen en supplementale D (65).
Als er in het dieet gebrek aan calcium is, egaal of het
nu door vitamine D gebrek
of door calciumgebrek, is er een verhoging van vetzuursynthese, een
enzym dat
calorieën omzet in vet. Hogere waardes aan calcium met adequate
vitamine D
verhinderen de vetzuursynthese terwijl dieten die laag in calcium liggen
de
vetzuursynthese tot vijf maal verhogen. In een onderzoek verloren dikke
ratten
binnen 6 weken tijd tot 60 % van hun lichaamsvet op een dieet maar matige
calorieën-reductie had maar hoog in calcium lag. Alle ratten die
gesupplementeerd werden met calcium lieten een verhoogde
lichaamstemperatuur zien, wat aangeeft dat er een verandering van calorieopslag
naar calorie-verbranding plaatsvindt (thermogenese) (61).
De goede vetten en oliën
De assimilatie en het gebruik van vitamine D wordt beïnvloedt
door het soort
vet wat we eten, verhogende waardes van beide, meervoudig-onverzadige
en
enkelvoudig-onverzadigde vetzuren in het dieet verminderen het binden
van
vitamine D aan D-gebonden proteïnes. Verzadigde vetten, het soort
wat in
boter, vet en in kokosolie gevonden wordt, hebben dit effect niet. Noch
ook de
Omega –3 vetten hebben dit effect niet (66).
Aan vitamine D-gebonden proteïnes zijn de sleutel tot
lokale en pheriferale
werkzaamheid van de vitamine D. Dit is een belangrijke beschouwing omdat
de
Amerikanen hun inname van meervoudig onverzadigde olie enorm hebben
vermeerderd (uit commerciële plantaardige olie) en enkelvoudige-onverzadigde
olie (van olijfolie en canola-olie), en de laatste 100 jaar hun inname
van
verzadigde vetten verminderd hebben.
In traditionele diëten, voorzien de verzadigde vetten
in gevarieerde
hoeveelheden vitamine D. Dus, beide, de reductie van verzadigde olie,
en de
vermeerdering van meervoudig-onverzadigde olie en enkelvoudig-onverzadigde
olie dragen bij tot het hedendaags voorkomende wijd verspreide vitamine
D
gebrek.
Transvetzuren, die in de margarine en in bak- en braadvet
worden gevonden die
gebruikt worden in de meeste bakwaren, moeten altijd worden vermeden.
Er is
bewijs gevonden dat deze vetten kunnen interfereren met het enzymensysteem
welk het lichaam gebruikt om vitamine D in de lever om te zetten.
De vele vormen van vitamine D
Er zijn twee soorten vitamine D in de natuur. Vitamine D2
wordt gevormd door
de werking van UV-B in de inleidende plantaardige voorloper ergosterol.
Het
wordt aangetroffen in planten en het werd vroeger toegevoegd aan bestraalde
koemelk. De meeste hedendaagse melk bevat D3. Vitamine D3, oftewel
cholecalciferol, wordt gevonden in dierlijk voedsel. Beide soorten vitamine
D
werden succesvol gebruikt om rachitis (Engelse Ziekte) en andere ziektes
te
behandelen die in verband staan met vitamine D gebrek.
Velen beschouwen vitamine D3, de voorkeursvitamine, als
meer biologische
activiteit hebbend. Vitamine D3 zoals dit in het voedsel of in de menselijke
huid
wordt gevonden, komt altijd tezamen met vele metabolieten of isomeers
die
biologische voordeel kunnen opleveren. Dr. Price geloofde dat er zo
veel als 12
metaboliten worden gevonden in dierlijk voedsel. Als vitamine D wordt
genomen
in de vorm van visolie, of gegeten wordt via voedselsoorten zoals eieren
of vis,
dan zullen deze metabolieten aanwezig zijn. Beide, D2 en D3 kunnen toxisch
zijn als ze onaangepast in grote hoeveelheden worden genomen.
Als mensen vitamine D via voedsel of zonlicht opnemen, wordt
het eerst in de
lever omgezet naar de vorm van 25(OH)D en dan in de nieren naar 1,25(OH)D.
Deze actieve vormen van vitamine D zijn d.m.v. voorschrijven op recept
verkrijgbaar en worden gegeven aan patiënten met lever of nierproblemen
of
aan diegenen met een erfelijk metabolische defect in de omzetting van
vitamine
D.
Vitamine D therapie
In mijn klinische praktijk, test ik allereerst de vitamine
D-status. Als er vitamine
D nodig is dan probeer ik vitamine D te combineren met zonlicht en mineralen.
Eenzijdige infrequente intense expositie aan het UV-B licht veroorzaakt
niet
alleen zonnebrand maar onderdrukt ook het immuunsysteem. Van de andere
kant normaliseert laag frequente expositie het immuunsysteem, verhoogt
het de
NK- en de T-cel productie, reduceert de abnormale ontstekingsrespons
die
typisch van auto-immune ontregelingen afkomstig zijn, en reduceert het
optreden van infectieuze ziektes (26; 67; 68-71). Dus is het belangrijk
om
vaker korte periodes te zonnebaden als er UV-B aanwezig is, beter op
deze
wijze, dan urenlang in de zon te verblijven op infrequente intervallen.
Adequate
UV-B expositie en vitamine D productie kan verkregen worden in minder
tijd
dan er voor nodig is om een rode huid te verkrijgen. Het is nooit nodig
om te
verbranden of in de zon te bakken om voldoende vitamine D binnen te
kunnen
krijgen.
Als er geen zonlicht beschikbaar is in je omgeving vanwege
de breedtegraad of
het seizoen, dan kunnen zonnelampen gebruikt worden die gemaakt worden
door Sperti, om te voorzien in een natuurlijk evenwicht tussen UV-A
en UV-B.
Gebruikt overeenkomstig de instructies er van, zullen deze lampen voorzien
in
een veilig equivalent aan zonlicht en zullen ze geen verbrandingen veroorzaken
of zelfs geen bruining. Van de andere kant zijn regulaire bruiningslampen
in
zonnebanken zijn niet acceptabel als middel om de dagelijkse dosis vitamine
D
binnen te krijgen, omdat ze hoge waardes aan UV-A produceren en maar
weinig
UV-B.
Als je vitamine D gebreksymptomen hebt, of niet in staat
bent om de tijd in de
zon door te brengen vanwege het seizoen of levensstijl of vanwege
voorafgaande huidkanker, overweeg dan een dagelijks supplement van 1000
IU.
Hogere dosissen kunnen nodig zijn maar zouden alleen door
je
gezondheidsraadgever mogen worden gegeven en gedoseerd, na het testen
van
het 25(OH)D serum.
1000 IU Kan verkregen worden via een geconcentereerd supplement
of via 2
theelepels hoge kwaliteit levertraan. Beide, Calson Labs en Solgar maken
een
1000 IU vitamine D supplement wat natuurlijk verkregen wordt via visolie.
Probeer niet om grote hoeveelheden vitamine D via de levertraan
alleen binnen
te verkrijgen, omdat daarin ook vitamine A zit in excessieve en waarschijnlijk
toxische hoeveelheden.
Supplementatie is altijd veilig zo lang als er geen sarcoïdose,
lever- of
nierziektes aanwezig zijn en het dieet adequate hoeveelheden calcium,
magnesium en andere mineralen bevat.
Adequate calcium en magnesium zoals ook andere mineralen
zijn belangrijke
onderdelen van de vitamine D therapie. Zonder calcium en magnesium in
voldoende hoeveelheden zal de vitamine D supplementatie de calcium uit
de
botten trekken en zal de opname van toxische mineralen toelaten.
Supplementair geen vitamine D en ga niet zonnebaden totdat je je er
zeker van
bent voldoende calcium en magnesium te hebben om aan je dagelijkse
behoeftes tegemoet te komen. Weston Price raadt een minimum van 1200
–
2400 mg calcium per dag aan. Onderzoek geeft aan dat 1200 – 1500
mg
adequaat is als supplement voor de meeste volwassenen, voor beide mannen
en
vrouwen (de magnesiuminname zou de helft moeten zijn van de
calciuminname).
Twee excellente calciumbronnen in het menselijke dieet zijn
– zuivelproducten
en bouillon (2).
Als het dieet niet voldoende hoeveelheden bevat zal een supplement
nodig zijn.
Bottenmeel, dolomietenpoeder of calcium en magnesiumtabletten (Solgar
of
Kal), of calcium carbonaat, of lactate (Solgar, Kal, Now, of Twinlab)
zijn goed
calciumbronnen, niet duur en veilig (74) Al deze zijn getest en vrij
bevonden
van lood en andere zware metalen. Volgens mijn ervaring is het zo dat
de soort
calcium die gegeven worden via supplementen equivalent zouden moeten
zijn
aan die in het voedsel gevonden wordt – het bottenmeel zoals in
bouillon,
calcium lactate zoals in de melkproducten en dolomietenkalk zoals in
kalk die
gebruikt wordt om maïsmeelproducten te verwerken. Deze soorten
werken het
meest efficiënt en met de minste kosten tegen uitgeputte voorraden
in de
botten en algehele uitputting van de serum calciumstatus (75). Als je
dieet hoog
in proteïne ligt, dan is calcium lactaat of carbonaat waarschijnlijk
een betere
bron van calcium.
Lees zorgvuldig de bijsluiter om te zien hoeveel elementaire
calcium elke dosis
of tablet bevat, en wees er zeker van de juiste hoeveelheid te nemen.
Als de
bijsluiter zegt dat een portie uit 3 tabletten bestaat en 1000 mg calcium
bevat,
dan moet je deze volledige portie nemen om die hoeveelheid binnen te
krijgen.
Grotere hoeveelheden calcium zijn belangrijk voor diegene
die bot-ontkalking
heeft. De totale dagelijkse calcium als supplement kan variëren
van 1500 –
2000 mg afhankelijk van de momentele botstatus en lichaamsgrootte. Probeer
je dagelijkse dosis te verdelen. Neem niet alle calcium en magnesium
per dag in
een keer. Er wordt een hoger percentage calcium geabsorbeerd als het
aangevoerd wordt in kleinere, meer frequente hoeveelheden (82).
Dure "chelaat"-calcium is niet noodzakelijk als
de vitamine D –status adequaat
is. Het innemen van calcium zonder voldoende vitamine D kan andere
problemen veroorzaken. De vitamine D controleert de productie van sommige
calciumbindende proteïnes, die cruciaal zijn voor normaal calcium
gebruik.
Patiënten op vitamine D therapie rapporteren een wijd
spectrum aan
gezondheidsvoordelen inclusief verhoogde energie en kracht, opgeloste
hormonale problemen, gewichtsverlies en een opgehouden verlangen naar
suiker, normalisatie van de bloedsuiker en verbetering van zenuwsysteemontregelingen.
Er kan een paradoxale voorbijgaande en niet-gecompliceerde
hypercalciuria
optreden (meer calcium in de urine), in het begin als het programma
begonnen
wordt. Deze verdwijnt vlug als er adequate calcium en mineralen worden
geconsumeerd. Twee andere tijdelijke neveneffecten kunnen optreden tijdens
de eerste paar maanden van behandeling. Een er van is het overdag slaperig
zijn na dat de calcium is ingenomen. Deze verdwijnt van zelf na een
week. De
andere toestand is het opnieuw verschijnen van pijnen en ongemak op
de plaats
van oudere letsels of verwondingen, een teken van herstel en remodelleren
of
goed genezen, wat enige tijd kan duren tot dit verdwenen is.
Het vaststellen van de vitamine D status
Bloedtesten:
Op dit moment zijn er voor artsen twee testen verkrijgbaar
om de vitamine D
status vast te stellen. Een er van is voor de wat meer biologisch active
voorloper
25(OH)D-vorm en een andere voor de 1,25(OH)D-vorm, de meest actieve
vorm,
welke in de nieren en ander organen wordt omgezet. De laatste is vaak
normaal
in het bloed zelfs als de voorloper 25(OH)D laag en deficiënt is.
De voorloper geeft beter de vitamine D status aan (of reserves)
dan de meest
actieve 1,25(OH)D vorm. Het is de optimale waarde van de 25(OH)D die
het
meest geassocieerd wordt met een algehele goede gezondheid (de testwaardes
in dit artikel worden gegeven voor de 25(OH)D-vorm). Over vele jaren
was de
acceptabele waarde van 25(OH)D minstens 9 nmol/l. Sommige onderzoekers
geloven dat 20 ng/ml (50nmol/l) het acceptabele lagere minimum zou moeten
zijn (72) maar Dr. Vieth presenteert een grote hoeveelheid gegevens
om zijn
claim te ondersteunen dat dit verre van optimaal is.
Optimale waardes zijn zeker minstens 32 ng/ml (80 nmol/l)
en bij voorkeur
korter bij de 40 ng/ml (100 nmol/l).
Speeksel-pH-testen voor voldoende calcium:
Een methode voor het vaststellen van geïoniseerde calciumwaardes
werd
gebruikt door Wenston Price, DDS en Carl Reich, MD en heeft bevestiging
in
recent onderzoek (73). Na het bepalen van je serum-D status (testen)
en het
aangaan van een programma van vitamine D supplementatie, calcium en
magnesium, zou de het ochtendspeeksel 6,8 – 7,2 of lager aangeven.
Lagere
waardes kunnen onvoldoende calcium aangeven (nog eens testen), of lage
calciumwaardes in het dieet. Neem pH-papier met een bereik tussen 5,5
– 80 en
met een differentiaal van 0,2.
PH-Papier met 0,5-graden differentiaal is niet gevoelig genoeg
om de voortgang
juist bij te houden (NB: Neem niet meer dan 1000 IU vitamine D zonder
testen
en supervisie door een goede gezondheidskundige. De calcium kan afgesteld
worden tussen de gesuggereerde waardes. Er kunnen enkele maanden
supplementatie vereist zijn om positieve resultaten te laten zien als
het gebrek
zwaar en over langere tijd aanwezig is.)
Vergiftigingsgevallen
Vitamineprogramma’s laten doorgaans de vitamine D uit
het programma omdat
men zich bezorgd over giftigheid maakt. Deze bezorgdheid is onterecht
omdat
vitamine D in alle vormen toxisch kan zijn in farmaceutische (zoals
drugs en
meditatieve) dosis. De gevaren van toxiteit worden niet groter, maar
de dosis
die resulteert in toxiteit werd ziekelijk gedefinieerd met het ongelukkige
resultaat dat momenteel veel mensen lijden aan vitamine D gebrek of
onvoldoende er van hebben.
Abnormale waardes aan vitamine D werden geïndiceerd
bij bloedwaardes die
over langere tijdsperiodes 65ng/ml of 162 nmol/l te boven gingen en
kunnen
worden geassocieerd met chronische toxiteit. Waardes van 200 –
3000 nmol/l of
hoger werden gezien in verschillende onderzoeken die supplementatie
gebruikten en deze verdwenen vlug als de supplementatie gestopt werd.
In
zulke gevallen werden er op lange termijn geen problemen gevonden.
Supplementatie over langere termijn, zonder controle, kan ernstige
consequenties hebben.
Voor 1993 was er geen goede resultaten opleverende bloedtest
voor vitamine D
verkrijgbaar. Nu is die er wel. Om problemen te vermijden zou iedereen
die zich
in bereiken van boven de 1000 IU vitamine D supplementatie per dag begeeft,
een periodieke bloedtest moeten doen. Vergeet daarbij niet je totale
vitamine D
inname van alle bronnen te berekenen – zonlicht, voedsel (inclusief
vitamine D
in melk, en supplementen inclusief levertraan.
Dr. Vieth suggereert dat de kritische toxische grens kan
liggen bij 20.000 IU per
dag en dat de Bovenste Grens (UL) eerder veilig gezet kan worden op
10.000
IU, dan op de momenteel gehandhaafde 2000 IU. Terwijl dit wel of niet
het
definitieve markeerpunt voor veiligheid kan zijn bij gezonde personen
met geen
actief lever- of nierprobleem, is er geen klinisch bewijs voor dat supplementatie
over langere termijn als optimale onderhoudende dagelijkse dosis hoger
zou
moeten zijn dan 4000 IU. Deze waarde zou wat lager kunnen worden als
er
gecombineerd wordt met expositie aan UV-B (3;76)
De doses die gebruikt worden bij klinische onderzoeken variëren
van zo weinig
als 400 IU per dag tot 10.000 – 500.000 IU, oftewel toegediend
als op zichzelf
staande eenmalige dosis per dag, per week of per maand. Zulke grote
doses
worden of als preventief middel of vanwege de inschikkelijkheid als
een
probleem beschouwd. Er schijnt wat bewijs er voor te zijn dat vitamine
D beter
werkt, zonder toxiteit, als het gegeven wordt in lagere meer lichamelijk
aangepaste doses van 2000 – 4000 IU per dag, in plaats van eenmaal
per
maand 10.000 IU. Alhoewel een eenmalige maandelijkse dosis van 100.000
IU
de lage waardes van vitamine D bij adolescenten in de winter heropvult
(77).
Volgens mijn eigen ervaringen en die van andere onderzoekers
kan infrequente
hoge dosering tot problemen leiden. In een recent onderzoek stegen de
bloedwaardes binnen 2 – 4 uur na het toedienen van een orale dosis
van 50.000
IU van extreem laag naar extreem hoog (meer dan 300 nmol/l) (65). En
daalde
dan weer langzaam naar onder-optimale waardes van voor de behandeling.
Het
is duidelijk dat dit de normale biofeed-mechanismes in de vitamine D
en calcium
regulatie ontwricht.
Vitamine A kan in grote, infrequente doses worden gegeven
door de consumptie
van dierlijke- of vislever (of door injecties die in de derde wereld
worden
gebruikt om blindheid te voorkomen) omdat we opslagcapaciteit hebben
voor de
vitamine A in onze lever. Met de vitamine D is het echter anders, het
heeft maar
een kleine opslagcapaciteit in de lever en het perifere vet. Daarom
hebben onze
voorvaderen per definitie geen vitamine D in grote infrequente doses
binnen
gekregen. Terwijl de vitamine D in het lichaamsvet wordt opgeslagen,
is de
opslag niet voldoende om optimale bloedwaardes te behouden gedurende
de
wintermaanden (78). Een enkele expositie aan UV-B licht zal de waardes
van
vitamine D over de volgende 24 uur doen stijgen en dan weer dalen naar
de
basislijn of ietwat hoger binnen de volgende 7 dagen. Historisch gezien
werden
onze behoeftes aan vitamine D voldaan door dagelijkse behoefte aan zonlicht
en/of de inname uit voedsel. Diëten met weinig vet er in en het
gebrek aan
zeevoedsel in het dieet draagt verder bij tot de momentele wereldwijde
gebrek
aan vitamine D.
Zonlicht van de binnenkant
Als er in enigerlei voedingstof de eigenschappen van zonlicht
besloten liggen,
dan is het de vitamine D. De gezonde "primitieve" mensen die
Dr. Price
observeerde hadden niet alleen bredere. rondere, "zonnige"
gezichten, maar ze
hadden ook een zonnige opstelling en een optimistische levenshouding
ten
opzichte van het leven ten spijte van vele ontberingen. De typische
voedselinname van mensen die niet "geciviliseerd" varieert
van 3000 – 6000 IU.
De tegenwoordige inname staat armzalig in verhouding daartoe. Het standaard
Amerikaans dieet voorziet de vitamine D alleen maar in erg lage hoeveelheden.
De eerste stap naar het in evenwicht brengen van bepaalde ziektes van
het
beschaafde leven – variërende van depressie tot woedeaanvallen,
of van gaatjes
in de tanden tot osteoporose – zou zijn om meer licht te ontvangen,
zowel van
binnen als van buiten. Vitamine D voegt zonlicht aan het leven van af
de
kindertijd tot aan de gouden jaren. Bij negentig - en honderdjarigen
waren de
hoge waardes aan vitamine D in het bloed en een normale schildklierfunctie
de
sterkste tekens van gezondheid en lang leven (79).
Oftewel in de vorm van zonlicht of diëtische vitamine
D uit voedsel en vis-olie,
laten de optimale waardes van het zonneschijnvitamine je lichaam en
geest
verder gedijen, zelfs gedurende periodes van stress.
Krispin Sullivan, CN is een onderzoeker en klinische voedingsdeskundige
die een
praktijk heeft in Woodacre, Californie. Ze werkt momenteel aan een boek,
‘Naked at Noon: The Importance of Sunlight and Vitamine D",
wat gepubliceerd
wordt in 2001.
Instructies voor artsen voor de vaststellen en doseren etc.
van vitamine D,
calcium, en magnesium ter her-aanvulling zijn verkrijgbaar via
www.sunlightandvitamined.com of door Krispin te contacteren op
krispin@krispin.com of via tel. 1 –415- 488- 9636
Bronnen
• UV meters: Sunsor
• Ph testpapier: info@pikeagri.com
• Carlsons Labs Vitamine D: www.vitaminshoppe.com
• Solgar Vitamine D: (800) 221 – 1152
• Sperti Zonnelampen: (800) 544-3757 www.sperti.com
References (in English)
Vitamine D Update, Winter 2000
Door Krispin Sullivan
Note: This update (in English) appeared in Wise Traditions
in Food,
Farming and the Healing Arts, the quarterly magazine of the Weston
A.
Price Foundation, Winter 2000.
Sinds de publicatie van "Het Vitamine D Mirakel"
in de laatste uitgave van Wise
Traditions is wat opheldering noodzakelijk. De werking van vitamine
D, of het
nu uit het voedsel komt of via supplementen of via de omzetting van
zonlicht is
eerder dat van een "pro-hormoon" als dat van een vitamine.
Volgens de woordenboeken is een hormoon een substantie, gewoonlijk
een
peptide of stereoïde wat geproduceerd wordt door een weefsel en
door de
bloedstroom naar een ander weefsel wordt vervoerd. Hormonen affecteren
de
werking van het lichaam, zoals groei en metabolisme. Algemeen gesproken
is
een hormoon een van de veelzijdige overeenkomstige substanties die gevonden
wordt in planten en insecten die de ontwikkeling reguleren. Daar tegenover
zijn
vitamines veelzijdige in vetoplosbare of wateroplosbare biologische
substanties
die in minimale hoeveelheden essentieel zijn voor normale groei en
werkzaamheid van het lichaam. Ze worden natuurlijk verkregen via
plantaardige en dierlijke voedselsoorten.
Hormonen zijn krachtige regulators die zowel beide, goede
en slechte effecten
teweeg kunnen brengen. Bij progesteron, DHEA, oestrogeen- , het schildklier-
of
een ander hormoon, inclusief vitamine D, kan er een diepgaande cellulaire
reactie optreden als de hoeveelheden veranderd worden door supplementatie.
Vitamines en mineralen zijn elementen die door het lichaam gebruikt
worden
om enzymen te maken, immuundeeltjes en andere substanties in het menselijke
lichaam, maar ze zijn geen regulators.
Als zijnde een pro-hormoon, kan vitamine D gevaarlijk zijn
omdat een teveel er
van potentieel net zo gevaarlijk kan zijn als een te weinig er van.
Om deze
reden is het zo belangrijk voor diegenen die op een vitamine D therapie
gaan
om zich goed te laten testen. Als je schildklier hormonen nodig heeft,
dan krijg
je de instructie om je eerst te testen en her-testen om er zeker van
te kunnen
zijn dat de hoeveelheid die je neemt ook wel juist en correct is. Zo
ook met
vitamine D. De methode is te testen en dan te behandelen (indien noodzakelijk)
en dan te her-testen totdat je de juiste hoeveelheid vind om aan je
dagelijkse
behoeftes tegemoet te kunnen komen. Overeenkomstig je momentele
hoeveelheid kennis die je hebt, zijn er geen duidelijke symptomen van
een
overdosis aan vitamine D totdat de overdosis onomkeerbaar is. Het testen
kan
ons niet alleen voor een gebrek alert maken maar ook voor toxiteit.
Gelukkig
hebben we nu testen voor de vitamine D status die niet duur zijn.
In mijn praktijk, ontdekte ik dat sommige mensen meer dan
4000 IU dagelijks
benodigen om optimale bloedwaardes te kunnen behouden. Anderen kunnen
het
zo bevinden dat maar iets meer dan 200 – 400 IU hun in een situatie
van een
overdosis laat verkeren. Dit is een probleem van genetische afkomst.
Sommige
mensen verwerken de vitamine D beter dan anderen. Voor de dagen aanbraken
waar in veel gereisd werd en grotere volksverhuizingen en migraties
plaatsvonden, creëerde het proces van natuurlijke selectie de volksgroepen
die
het best beantwoorden op de waardes van de vitamine D die verkrijgbaar
was
door expositie aan het zonlicht en via het dieet. Migratie, immigratie
en
huwelijken daar tussen, maken het onmogelijk om de juiste behoeftes
vast te
stellen zonder te testen.
Als je je eens getest hebt en de waarde van de vitamine D
via het zonlicht, via
het voedsel en via de supplementen in je bloed hebt vastgesteld, dan
weet je de
"dosis" die je nodig zult hebt, voor de rest van je leven
zo lang als je in die
zonnestand en breedtegraad blijft verkeren. Je zou je twee maal per
jaar
moeten laten testen omdat in vele plaatsen de behoefte van vitamine
D in de
winter zal verschillen ten opzichte van de zomer. Bezoek voor gedetaileerde
informatie mijn website www.sunlightandvitamined.com
NOTE: Be sure to check out the Fall 2002 update on
the English version
of the page (sorry, we have no Dutch translation of that update at this
time).
<Back
| Home | Tour
| Calendar | Contact
Us | Funding | Join
Now
|